|
|
|
Europa investeert in China voor markttoegang, niet voor lage lonen
Europees bedrijfsleven
belemmerd door Chinese regelgeving en gebrekkig merkrecht
Amsterdam, donderdag 20 maart 2008 – Hoewel Europese bedrijven
optimistisch zijn over hun kansen in China, wordt de bedrijfsvoering sterk
belemmerd door vage regelgeving, gebrekkige bescherming van intellectueel
eigendom en een tekort aan geschoold personeel. Dit blijkt uit onderzoek van
Roland Berger Strategy Consultants in samenwerking met de Europese Kamer van
Koophandel onder ruim 200 Europese bedrijven in China. Ondanks de barrières,
geeft ruim tweederde van de bedrijven aan de investeringen op korte termijn te
willen verhogen.
Hoewel de winstgevendheid van de Europese bedrijven in China tegenvalt en een groeiend deel van hen in het rood opereert, is het merendeel van de managers optimistisch en zelfs van plan het belang in China in de komende twee jaar te vergroten. Als belangrijkste drijfveer gelden niet de lage loonkosten, maar vooral de toegang tot de Chinese markt, zo blijkt uit het onderzoek. “Meer dan tachtig procent van de onderzochte bedrijven is primair actief in China om de lokale markt te kunnen bedienen,” zegt Benno van Dongen, lid van het management team van Roland Berger. “Hoewel managers erkennen dat de concurrentie toeneemt en de markt niet gemakkelijk is, zien ze voldoende groeimogelijkheden, vooral door China’s economische ontwikkeling en de toename van consumentenbestedingen.”
Naast markttoegang blijkt uit het onderzoek dat het terugbrengen van de product-ontwikkelingskosten en het aanpassen van producten aan de voorkeuren van Chinezen, de belangrijkste drijfveren zijn om in lokale R&D-activiteiten te investeren. Als grootste drempels worden een gebrek aan transparantie en inconsistentie in wet- en regelgeving ervaren.
China wordt duurder
De bedrijven erkennen ook een aantal andere uitdagingen en barrières, die
hen vooralsnog afremmen om de investeringen in China te verhogen. “De dure Euro
legt op dit moment een last op de operationele kosten van Europese bedrijven in
het buitenland, en de loonkosten in China zullen naar verwachting jaarlijks met
meer dan tien procent stijgen. Bovendien is het lastig om in China aan
gekwalificeerd personeel, laat staan aan topmanagers te komen,” vervolgt Van
Dongen. Het ondoorzichtige Chinese overheidsbeleid en de gebrekkige bescherming
van patenten en intellectueel eigendom vormen een nog groter obstakel, legt Van
Dongen uit: “Meer dan de helft van de bedrijven is sceptisch over de
implementatie van regelgeving van de Wereldhandelsorganisatie en ook
overheidsregels met betrekking tot milieu- en financieel beleid blijken van dag
tot dag te kunnen veranderen.”
Uitdagingen van innovatie
Bij de uitbreiding van activiteiten in China wordt door Europese ondernemingen
in toenemende mate gekeken naar steden buiten de traditionele hot spots
als Sjanghai en Peking. De focus ligt hierbij op de bouw van onderzoekscentra.
“Door lokaal te investeren in R&D, kunnen ontwikkelingskosten dalen en
kunnen de prijzen van consumentenproducten worden verlaagd. Het biedt bovendien
de onderzoeksafdelingen de kans om specifiek in te spelen op lokale behoeften en
standaarden,” aldus Van Dongen. “Juist hierbij is het echter cruciaal dat
patenten en intellectueel eigendom goed zijn beschermd. Iets dat nu nog niet het
geval is. Ook de eerdergenoemde personeelsschaarste zorgt voor terughoudendheid.
Het wordt steeds moeilijker om goede ingenieurs, marketing-, sales- en
financiële professionals te strikken.”
Copyright © 1998 - 2008 Robert Adriaans Groep BV
- All rights reserved