|
Hoe de euro ten onder
kan gaan
Afgelopen jaren hebben
we al heel wat artikelen gewijd aan de euro. En aan de riante pensioenen die
haast iedere Europeaan verwacht maar waar vrijwel geen enkel (!) Europees
land voor gespaard heeft. Blijkbaar verwachten deze landen dat ze te allen
tijde een beroep kunnen doen op de kapitaalmarkten. Dat kan wel eens een
flinke misrekening blijken....
In dit bericht laten we
u aan de hand van twee scenario's zien waarom het voor armlastige landen als
Griekenland eigenlijk onmogelijk is om zelf uit de euro te stappen.
Vervolgens gaan we in op Spanje. Zoals waarschijnlijk wel bekend is de
Spaanse huizenmarkt ineengestort, is er een groot deel van de bevolking
werkloos en lijkt de kans op een Spaanse bankencrisis zeker niet irreëel.
Scenario 1:
Griekenland stapt uit de euro
Op het eerste gezicht lijkt het voor Griekenland een interessante optie om
zelf maar uit de euro te stappen. Dan kan zij immers zelf haar geldpersen
weer aanzetten en een eigen monetair beleid beginnen te voeren. De Griekse
export zou vanwege een gedevalueerde munt een behoorlijke stimulans krijgen.
Een vakantie naar Griekenland zou bijvoorbeeld een stuk goedkoper worden.
Toch is bovenstaande
een haast ondenkbare optie. De Griekse schulden zijn immers gewoon in
euro's. Wanneer Griekenland zou besluiten uit de euro te stappen devalueert
haar munt per direct, maar haar schulden niet (die gewoon in euro's
noteren). De grootte van de schuldenlast ten opzichte van haar economie
neemt in dat geval dus enorm toe.
De kapitaalmarkt zal in
een dergelijke situatie vrijwel gelijk niet meer bereid zijn Griekenland nog
van nieuwe leningen te voorzien. Griekenland zal dan niet meer aan haar
betalingsverplichtingen kunnen voldoen en verwordt binnen een mum van tijd
tot een soort derdewereldlandland met torenhoge inflatie. Voor zo'n scenario
zal Griekenland zelf dan ook nooit en te nimmer kiezen. En andere landen
kunnen haar evenmin zomaar dwingen uit de euro te stappen.
Scenario 2:
Griekenland blijft in de euro
Wanneer Griekenland niet zelf uit de euro stapt blijft ze er dus in. Het
tweede scenario. Echter, Griekenland en vele ander Zuid-Europese landen zijn
veel minder competitief dan bijvoorbeeld Nederland of Duitsland. Vanwege het
tekort op de Griekse handelsbalans, en het overschot op de Nederlandse, zou
de Nederlandse valuta eigenlijk gestaag moeten appreciëren ten opzicht van
de Griekse. En hierdoor zou import van Nederlandse producten door de Grieken
eigenlijk minder aantrekkelijk - want duurder - moeten worden. En omgekeerd,
Griekse vakanties voor Nederlanders juist goedkoper. Vanwege de euro werkt
dit principe uiteraard niet neer.
In geval van grote
verschillen in productiviteit tussen regio's met een gezamenlijke munt
blijft eigenlijk slechts een optie over. En wel dat de productievere
Noord-Europese regio's als het ware consequent geld 'doneren' aan de minder
productieve Zuid-Europese regio's. Om het nog duidelijker te stellen: Nederland zal
zelf meer moeten lenen op de kapitaalmarkt of sterker moeten bezuinigen op
sectoren als zorg en onderwijs of andere zaken, simelweg om deze gelden aan
de Zuid-Europese landen door te sluizen.
Anders dan in Nederland
lijkt men in Duitsland de hele kwestie beter te doorzien. Vandaar ook de
grote terughoudendheid aldaar met betrekking tot goedkeuring van het
noodfonds afgelopen weekend. Het is ook niet voor niets dat Josef Ackermann,
topman van de Deutsche Bank, publiekelijk grote vraagtekens zet of de
noodleningen aan Griekenland ooit wel terugbetaald zullen worden.
Spanje
Een ander land dat interessant is om de komende tijd in de gaten te houden
is Spanje. De Spaanse economie is een stuk groter dan de Griekse. En daarmee
ook minder gemakkelijk te redden mocht het hier fout gaan. Aardig om te
weten: Spanje telt evenveel onverkochte huizen als de Verenigde Staten, maar
haar economie is echter zes keer zo klein.
Sinds 2000 zijn 30% van
alle in de eurozone gebouwde huizen gebouwd in Spanje. Dit terwijl de
Spaanse economie zelf maar een aandeel van circa 10% in de eurozone heeft.
En zoals u waarschijnlijk wel bekend is de Spaanse huizenmarkt de afgelopen
jaren behoorlijk ineengezakt. Maar hier blijft het met de problemen in
Spanje helaas niet bij...
Ruim 20% van de Spaanse
beroepsbevolking is momenteel werkloos. Van de jongeren tot 30 jaar zelfs
40%. Werklozen in Spanje ontvangen in de eerste twee jaar na hun ontslag een
vrij royale uitkering (die daarna overigens flink terugvalt). Vooralsnog
hebben veel Spanjaarden hun hypotheekverplichtingen op hun flink in waarde
gedaalde huizen dan ook nog redelijk goed weten te voldoen. Grote vraag is
nu of zij daar ook nog toe in staat zijn wanneer de genoemde twee jaar na
ontslag straks verlopen zijn.
Zo niet, dan hebben de
Spaanse banken een probleem. Immers, de verstrekte leningen zijn vaak
aanmerkelijk hoger dan de waarde van het onderliggende onroerend goed. En
hebben de Spaanse banken problemen, dan heeft de Spaanse overheid ook een
probleem. Die zal in dat geval de Spaanse banken te hulp moeten schieten. De
fikse tekorten die Spanje nu toch al heeft lopen dan nog verder op en een
noodzakelijk nieuw reddingspakket - verstrekt door andere landen in de
eurozone- lijkt in dat geval bepaald niet ondenkbaar.
Hoe de euro ten
onder kan gaan
Veel politici menen nog altijd dat zij de toekomst van onze eenheidsmunt
bepalen. Helaas is dit een misvatting. Uiteindelijk is het de markt die
bepaalt of bepaalde landen nog kredietwaardig zijn of niet. Kredietkranen
kunnen van de ene op de andere dag worden dichtgedraaid. Zo werden afgelopen
weekend de kredietkranen voor enkele Zuid Europese landen 'opeens'
dichtgedraaid. Enkel het in allerijl bedachte noodpakket ter waarde van EUR
720 miljard heeft een nieuwe financiële crisis vooralsnog afgewend.
Zoals hierboven al
aangegeven heeft op Nederland na vrijwel geen enkel Europees land
substantieel voor hun pensioenen gereserveerd. Met andere woorden: de
pensioenen dienen bijna overal uit de lopende rekening te worden betaald.
Deze bedragen zijn echter dermate hoog dat veel Europese landen er in onze
visie niet aan zullen ontkomen flinke bedragen op de kapitaalmarkten te
moeten lenen.
En de grote vraag is of
de kredietmarkten deze leningen tegen een lage rente zullen willen
verstrekken. Zo niet, dan ontkomt men in Europa niet aan nog weer een nieuw
en nog groter reddingspakket.
Zoals het een goede
thriller betaamd zullen de gegijzelden - in casu de Noordelijke eurolanden -
op een vroeger of later moment trachten te ontsnappen. In dit verband is het
dan ook niet ondenkbaar dat één of meer van deze landen nog eens zal
aankondigen uit de euro te stappen. Het zijn interessante tijden...
Hendrik Oude Nijhuis |